Meer dan 'de dochter van' - interview met Roos De Graeve
Ze zit midden in haar masteropleiding Drama aan het KASK, maar staat intussen al op de planken bij een van de meest gerenommeerde gezelschappen van het land: TG STAN. Ze is ‘de dochter van’, maar veel meer dan dat. Met haar natuurlijke charme, nuchtere blik en grenzeloze leergierigheid maakt Roos De Graeve (22) voorzichtig haar entree in het professionele theaterlandschap. Tussen familiegesprekken over spelplezier, twijfels over eigen kunnen en een groot verlangen om zichzelf te bewijzen, bouwt ze met kleine, zelfzekere stappen aan haar eigen pad.
“Als dit spelen is, dan wil ik dat ook doen”
De liefde voor theater begon op jonge leeftijd. “Ik zag als kind Blue Remembered Hills van De Roovers, met mijn papa als één van de acteurs. Op scène zag ik volwassen mensen toneelspelen in de duinen van Terschelling - maar tegelijkertijd zag ik mijn papa en zijn vrienden rondrennen en stoeien in het zand. Ik dacht: als dit is wat mijn ouders bedoelen met ‘ik moet gaan spelen vanavond’, dan wil ik dat ook wel doen!”
Dochter van? “Zo stel ik me niet voor”
Roos is de dochter van de bekende acteurs Koen De Graeve en Ariane van Vliet (onlangs nog samen te zien in Midzomernachtsdroom in De Werf Cultuurhuis) en de zus van Anna De Graeve (die één jaar hoger aan het KASK zit), maar dat vermeldt ze zelden zelf. “Het komt niet eens in mij op om dat te zeggen. Niet omdat ik het wil verzwijgen - in de kleine theaterwereld weten mensen het trouwens vaak wel - maar omdat ik gewoon mezelf ben.”
Of bekende ouders helpen? “Bij mijn toelatingsproef aan het KASK zal dat wel geholpen hebben. Mopje! (lacht) Nee, eerlijk: ik probeer zo nuchter mogelijk te blijven. Ik wil mijn eigen pad zoeken, met twee voeten op de grond. Soms ben ik wel een beetje bang dat mensen vooraf een beeld van mij vormen omdat ze mijn familie kennen. Maar anderzijds hoop ik dan dat dat een leuk beeld is, want mijn ouders zijn superleuke mensen!”
Ze geeft toe dat ze vroeger weleens onzeker was. “Dat het gênant zou zijn als het mij niet lukt, en hen wel. Nu kan ik dat beter loslaten en erover praten. Dat helpt.”
Ik vind het een compliment wanneer mensen iets van mijn ouders in mij herkennen. Maar tegelijk ben ik ook iemand helemaal anders.
Familiebanden
Over gelijkenissen met haar familie: “Mijn zus en ik lijken fysiek best wel op elkaar, zeker onze stemmen. Vroeger haalden we grapjes uit met onze ouders door hen op te bellen met de telefoon van de andere (lacht). Mensen die mijn ouders kennen, herkennen zeker iets van hen in mij - dat vind ik een compliment. Maar tegelijk ben ik ook iemand helemaal anders. Eén plus één is drie.”
De relatie met haar oudere zus is hecht. “We lijken op elkaar, we houden van dezelfde dingen. Soms doen we auditie voor dezelfde rol. Dat is niet leuk als de ene het haalt en de andere niet, maar we gunnen het elkaar. Natuurlijk vraag ik me soms af: zal dat altijd zo zijn? Soms geeft dat onzekerheid, maar we praten daar goed over. Soms beslist één van ons bewust niet mee te doen, maar als we het allebei heel graag willen, dan gaan we er gewoon allebei voor.”
Thuis gaat het gesprek vaak over theater, het is echt een ‘hot topic’. “Onze jongste zus Sarah zegt vaak: ‘hebben jullie niet door hoeveel jullie over theater praten?!’ (lacht) Zij wilde oorspronkelijk wel een artistieke richting uit (ze studeert Pop & Rock) maar niet het theater in. Daar begint ze nu toch wat aan te twijfelen - het bloed kruipt waar het niet gaan kan.”
Dubbele tongval
Roos heeft zowel Vlaamse als Nederlandse roots, hoewel je dat niet meteen hoort. “Ik kàn met een Hollands accent spreken en wil daar ooit iets mee doen. Als kind sprak ik vrij Hollands, maar op school werd dat plots verwarrend: waar ik ‘gaaf’ zei, zeiden m’n klasgenoten ‘graaf’. Dat is toch iemand van adel, dacht ik?! (lacht) Nu hoop ik dat mijn dubbele accent een meerwaarde is. Misschien opent het ooit deuren in de Nederlandse theaterwereld.”
Wie je ouders ook zijn: je moet het zélf doen.
“De belangrijkste raad: plezier maken”
Krijgt ze advies van thuis? “Vooral dat ik het niet mag vergeten leuk te vinden. Ik ben vaak zo gefocust op goed presteren, dat ik het plezier even kwijtraak. Dan zeggen mijn ouders: Roos, je moet ervan genieten - waarom zou je het anders doen?”
Toch houdt ze de balans bewust in de gaten. “Ik wil het vooral zelf kunnen. Medestudenten met ouders buiten het vak moeten het ook alleen doen. Anderzijds: het zou stom zijn hun ervaring niet te gebruiken. Soms wil ik ook graag weten hoe zij het zien. Maar uiteindelijk moet je het toch zelf doen, wie je ouders ook zijn.”
Theater is het hier en nu.
“Ik presteer graag goed, dan komt er vuur in mij”
Over haar stage bij TG STAN praat Roos met bewondering. “Ik voelde me soms een imposter. In mijn hoofd was ik ‘maar’ de stagiair. Tijdens de repetities zaten we vaak rond de tafel om over de thematiek (de opmars van extreemrechts, nvdr) te praten, en ik dacht soms: ik weet hier nog zo weinig van. Ik ben nog maar een paar jaar bewust met de wereld bezig. Maar eens we de vloer opgingen om te spelen, voelde ik me meer thuis. Ik leer enorm veel van de andere acteurs. Elke avond kijk ik mijn ogen uit.”
De première was een mijlpaal. “De eerste keer in professionele productie, los van de school, in een echte theaterzaal, met echt publiek. Superspannend! Er liep hier en daar wat mis - het is een stuk met veel tekst - maar dat maakte het juist mooi. Theater ís het hier en nu. En het doet deugd te zien dat ook ervaren spelers fouten maken. Oef!” (lacht)