Luckas Vander Taelen test voorstelling uit in huiskamers
Luckas Vander Taelen speelt binnenkort de première van Het is wat het is, zijn nieuwste theatervoorstelling. Het wordt een warme en geestige voorstelling over ouder worden, loslaten en de kleine absurditeiten van het leven. Met milde zelfspot vertelt hij hoe het voelt om met pensioen te gaan en tegelijk nieuwe inzichten te ontdekken over vergankelijkheid - zonder zwaar te worden.
Om zich goed voor te bereiden, speelt Luckas momenteel een aantal try-outs in huiskamers van gegadigden. Nieuwsgierig naar hoe dat eraan toe ging? TV Oost maakte er een mooie reportage over. Klik hier om ze te bkijken!
Ook het Aalsterse stadsmagazine Chipka ging mee met Luckas op pad. Lees hieronder het verslag van hun fijne gesprek.
Edith Piaf in ’t Aalsters in een Herdersemse huiskamer
Het is wat het is. Door een ongelukkige val met de fiets moest Luckas Vander Taelen de première van zijn gelijknamige voorstelling begin januari annuleren. Maar hij zal er staan, op 11 april in De Werf Cultuurhuis, met een herstelde voet én voldoende repetitie. Voor hij het podium van de schouwburg betreedt, warmt Luckas al eens op met negen huiskamervoorstellingen. Een verslag vanuit Herdersem.
Een try-out op 200 meter van de Oktoberhallen, da’s durven. In het meest noordelijke deel van Herdersem, vlak voor de grens met Wieze, speelt Luckas Vander Taelen z’n derde van negen huiskamervoorstellingen. Buiten regent het pijpenstelen, in de woonkamer van gastvrouw Mireille druppelen de eerste gasten binnen rond de klok van acht. In totaal nemen vanavond 20 mensen plaats in de woonkamer. Glas wijn erbij, borrelnootje, schoenen uit in de zetel, hond op schoot. Huiselijker wordt theater niet. Luckas’ monoloog moest normaal al begin januari in première gaan in De Werf, maar een lelijke val met de fiets bezorgde hem een gebroken voet, een ziekenhuisbacterie en een lange revalidatie.
Zwitserland
De voet is intussen genezen en de tekst zit duidelijk in z’n hoofd. Voor het publiek het goed en wel beseft, zitten we al in de eerste scène en begint Luckas over The Sound of Music en Zwitserland – de aanvankelijke werktitel van zijn monoloog. “Begrijpt iedereen hier Oilsjters?”, had hij vooraf gevraagd. De acteur speelt de hele voorstelling namelijk in het dialect. “Oilsjters is mijn moedertaal”, zegt de naar Brussel uitgeweken Aalstenaar. “Pas in de lagere school heb ik Algemeen Nederlands geleerd. Mijn première in De Werf zal dus ook in het dialect zijn, maar als ik daarna naar andere cultuurcentra trek, kies ik voor de standaardtaal.”
Mijn première in De Werf zal in het dialect zijn, op andere plaatsen kies ik voor standaardtaal.
Dendermonde
“Het Aalsters is een snel dialect”, zal Luckas na zijn voorstelling zeggen. En dat merk je tijdens de voorstelling. Zonder ooit storend te zijn, neemt hij het publiek aan een stevig tempo mee naar scènes uit z’n leven. Naar het woonzorgcentrum van zijn moeder. Naar het huis van tante Godelieve en tante - excuus: nonkel - Antoine. Naar de lagere school, waar zijn aartsrivaal Christian De Winter hem het leven zuur maakte. “Christian bestaat niet echt, maar is een samenraapsel van mensen die lelijk tegen me hebben gedaan tijdens mijn jeugd. Mocht Dendermonde een persoon zijn, het was Christian De Winter. (lacht)”
Six seven
Christian en Luckas’ moeder zijn de twee hoofdpersonages in de monoloog. De grote afwezige: zijn vader, die Luckas nooit écht gekend heeft. “Van de striphelden uit mijn jeugd leerde ik dat dat niet abnormaal was. Suske en Wiske? Geen vader. Petoetje en Petatje uit Nero? Geadopteerd. De ouders van Kuifje? Geen idee. Ik ben er nu 68. Da’s de gemiddelde leeftijd van 96 en 40, de leeftijd die mijn ouders gehaald hebben. Bij de oorspronkelijke première in januari was ik nog 67 geweest. Six seven. Die moest er zeker in van m’n regisseur. En hij blijft er ook in.”
Meer muziek
Na een 70-tal minuten rondt Luckas z’n voorstelling af, met een Aalsterse versie van Je ne regrette rien van Edith Piaf. “In De Werf zal het tempo van de voorstelling iets lager liggen, want dan komt er nog meer muziek tussen de scènes. Mijn bobonne heeft ooit tegen mij als puber gezegd: "Bij mij is het niet zoals die van Je ne regrette rien." Ik baal nog altijd dat ik toen niet gevraagd heb: van wat heb je dan spijt?”